Nombluez Frans

° 23.01.1931

† 24.11.2014

leraar geschiedenis van 1953 tot 1987


Geschiedenis was nooit mijn ding, behalve de jaren bij Meneer Nombluez.
Opvallend tegenover bij die andere leerkrachten geschiedenis was dat iedereen zijn lessen muisstil bijwoonde.
Verschillende 'menschen' in zijn klas hadden een taak.
Zo waren er de 'Sponsmensch', 'Deurmensch, 'Lichtmensch'en 'Gordijnmensch'.
Zij mochten het bord vegen, de deur openen, het licht bedienen of de gordijnen openen of sluiten.
Zelfs zijn diaprojector had een naam... 'Den Olifant'
Zijn lessen werden met zo'n passie gegeven dat studeren voor een examen bijna niet nodig was.
Bij het openen van de studieboeken, zag je gewoon 'Den Nombluez' terug voor je ogen die les geven en herinnerde je de leerstof zo.
Sommige mensen hadden het gewoon in hun genen zitten om een stel uitgelaten apen koest te houden en aandachtig een les te laten volgen!
Een monument is niet meer, maar vergeten doe ik hem zeker niet!

 Jan Rose, Ecotechniek 1987

 

Beste mijnheer Nombluez,

Het klinkt nog altijd plechtig, 'mijnheer Nombluez', maar... ik zou U echt niet anders kunnen aanspreken. Nu U onderweg bent naar 'de overkant', en zeker in het Hemels Paradijs verwacht wordt (U zou waarschijnlijk 'paradààs' zeggen), mijmer ik een beetje naar een ver verleden, ergens begin jaren '80 van vorige eeuw.

Met schrik, ontzag en respect schuifelden onze groep 15-jarigen gedwee naar 'het lokaal van 'De Nombluez'. We vroegen aan elkaar : 'Kent g'uw les?', zenuwachtiger dan voor een test wiskunde of Frans.

Uw lokaal was als een apart klein universum : alles was er perfect geregeld en liep altijd gesmeerd. Eerst werd er iemand overhoord... Suspense... wie zou het zijn.

"Geef vloeiend uitleg over de Spartaanse opvoeding, ne zekere mijnheerrrr... Willems Igorrrrrrr". En als alles goed verlopen was, volgde er een 'Goed, vàààf'

Vervolgens de les : eerst wat theorie. Dan plots : 'gordijnmens, lichtmens'. De betrokken leerlingen sprongen recht, sloten de gordijnen en knipten het licht aan. Zelf begaf U zich - meestal op 'suèdeschoenen' naar een olifantvormige diaprojector waarmee U lichtbeelden vertoonde, die U zelf gemaakt had op uw reizen. 'Deze dia is gemaakt met mijn super sterke telelens, ziet ge!'
Aan het einde van de les kwam nog het 'sponsmens' in actie om het bord schoon te maken. Wij verdwenen weer, en U deed uw colbertjasje aan (altijd tijdens de leswissel) en rookte snel een blauwe Belga-sigaret in het open raam, in afwachting van de volgende groep.

Hoe vaak denk ik nog aan die lessen terug... Stel ik me de vraag ook : hoe komt het toch dat wij, bende balorige pubers, zo rustig en kalm waren bij U? Misschien omdat U, wanneer we een klein beetje herrie maakten direct vragend opmerkte :'Muiteràà?' Of omdat we ergens toch nood hadden aan die veilige, perfect georganiseerde omgeving, aan die duidelijkheid?

Hoe komt het toch dat we gerust naar een les Frans of fysica konden gaan zonder één boek open gehad te hebben, maar dit gewoonweg niet riskeerden bij U? Hoe kwam het toch dat we, zelfs als we eens in uw lokaal les hadden van een andere leraar, nog iets rustiger waren dan normaal, alsof U ieder moment van achter een gordijn tevoorschijn zou kunnen springen en roepen : 'Muiteraa?'

En ook al was U het lesgeven op het einde van uw lange loopbaan zo beu als kouw pap (1), toch bedank ik U van harte voor die mooie, haast magische momenten in dat toch sobere klaslokaal met die aftandse diaprojector. Wanneer ik enkele jaren geleden Rome zelf bezocht, moest ik haast constant aan U denken, telkens ik een monument zag. En met dat woord eindig ik... monument. U wàs een monument in het Pius X-instituut, gedurende lange jaren. Dank U, mijnheer Nombluez (ik kan het nog steeds niet over mijn hart verkrijgen om 'Frans' te zeggen, laat staan 'Sus'), in naam van ongetwijfeld een hele menigte leerlingen. Het ga U goed, in het Hemels Paradijs!

Eén van uw vele oud-leerlingen,
Igor Willems 6 PSW '85

(1) Dit zei M Nombluez me, toen ik hem in 2007 eens terug mocht ontmoeten.

 

Frans Nombluez zal ik mij blijven herinneren als een leraar van ‘suprême’ kwaliteit: zijn lessen tot in de puntjes voorbereid, opgebouwd en uitgewerkt, klashouden met weinig woorden – strenge blik, grapjes van het betere niveau, vaak voor ‘de achterbank’ collega’s MNS. Elke les van Frans kon doorgaan als een typeles voor de studenten regentaat.

Dag Frans, het ga je goed daar aan de overkant.
Dany Billen

 

Boeiend, klaar en helder, zo waren de lessen geschiedenis van Frans Nombluez. Hij had een passie voor zijn vak. En bracht die over met beeldmateriaal dat hij zelf gemaakt had op zijn vele reizen. Hij heeft die passie zeker op mij overgebracht. Ik heb ook enkele jaren geschiedenis mogen geven in Pius X. En dan was Frans een raadgevende collega.

Later heb ik hem bij de gepensioneerden nog enkele keren ontmoet en we hadden interessante gesprekken, ook over de dingen die mij zo boeien zoals de klimaatverandering.

Ik hoop dat zijn vrouw en familie troost vinden in hun en onze goede herinneringen aan een model-leraar.

Hugo Van Dienderen
Voorzitter GroenPlus

 

Ik ben van een oudere generatie, maar herinner me Frans vooral van die zeer gestructureerde lessen, het omklappen van dat bord waarop een hele samenvatting stond die over te schrijven was. Ik heb er altijd van genoten maar misschien was dat maar een proto-Cartesiaanse refleks. Nee, dia’s waren er toen nog niet bij.

Ieder van ons gaat dezelfde weg op en verdwijnt in de mist van de Grieken. Men blijft bestaan in de herinneringen van anderen.

Frans is dus niet meer, maar toch wel nog in ons leven.

Bruno de Vuyst, 6EC 1969

 

Tijdens de uitvaartliturgie sprak Benny Verheyden volgende hommage uit:

In 2015 viert de Katholieke Normaalschool, de oorspronkelijke benaming van het H. Pius X-Instituut, haar honderdjarig bestaan. Zowat in het midden van deze eeuw was er een gouden generatie van leerkrachten aan het werk. Zo had de school haar vertegenwoordiger in de hoogste regionen van de vakbond, stonden er uitstekende acteurs op de planken, gaf ze het talenonderwijs een nieuwe impuls en trok ze de moderne wiskunde in Vlaanderen op gang. Menig handboek op de Vlaamse schoolbanken was uit de pen van deze generatie gevloeid. Op de kaft van deze leermethodes komt de naam Nombluez op een kleine uitzondering na, evenwel niet voor.

Tijdens diezelfde periode was Frans MOS-leraar. Hij behoorde tot de onderwijscoryfeeën die omwille van hun didactische kwaliteiten en bevlogenheid waren uitgekozen om in de Middelbare Oefenschool les te geven. Naast hun gewone lesopdracht gaven ze ware demonstratielessen voor de aankomende leerkrachten en coachten hen bij hun oefenlessen. Een opdracht die Frans op het lijf geschreven was.

Hij was geen man van grote woorden. Liever dan leerboeken samen te stellen, vertrouwde hij op de autoriteit van de geschiedenisreeks Historia. Zijn vaklokaal was het laboratorium waar hij als een alchemist naar de magische formule zocht om de kennis van het leerboek onuitwisbaar in het hoofd van zijn leerlingen te prenten. Frans vatte de wereldgeschiedenis samen op een indrukwekkende tijdbalk, meterslang uitgesmeerd boven het schoolbord. Hij tekende detailkaartjes en prikte prenten op kartonnen plaatjes om zijn betoog te illustreren. Maar het bleef niet bij prentjes, vooral zijn dia’s maakten indruk op de leerlingen. Igor Willems schrijft hierover: Dan plots : 'gordijnmens, lichtmens'. De betrokken leerlingen sprongen recht, sloten de gordijnen en knipten het licht uit. Zelf begaf hij zich - meestal op 'suèdeschoenen'- naar een olifantvormige diaprojector waarmee hij lichtbeelden vertoonde, die hij zelf gemaakt had op zijn reizen. 'Deze dia is gemaakt met mijn super sterke telelens, ziet ge!' De aspirant-leraren observeerden nauwgezet de demonstratielessen van Nombluez. Hoe brengt hij structuur in zijn betoog? Hoe gaat hij om met didactisch materiaal? Hoe legt hij begrippen uit? In dit verband zullen de leerlingen die tijdens de uitleg van ‘ostracisme’ prompt de klas werden uitgestuurd nooit vergeten wat Nombuez met dit begrip bedoelde.

Hier kwam Frans dicht in de buurt van zijn gedroomde magische formule. Een andere oud-leerling Jan Roose formuleerde het zo: ‘Zijn lessen werden met zoveel passie gegeven dat studeren voor een examen bijna niet nodig was’.

Beide oud-leerlingen spreken over Nombluez als een monument. Ook al is dit zo, het is beslist nooit zijn betrachting geweest om aldus de geschiedenis in te gaan. Ondanks zijn bijzonder onderwijstalent kon je hem nooit op vakidiotie of verwaandheid betrappen. Integendeel. Hij waardeerde de inspanningen van jongere collega’s die de fakkel van hem over namen in de eerste graad. Bovendien had Frans belangstelling voor het familiale leven van zijn collega’s. Het viel hen telkens weer op hoe hij de namen van hun kinderen kende en zich over hen informeerde. Hij was ook de stichter van Senior-Pix, de vereniging voor de gepensioneerde leraren van zijn school. Hij was hiermee niet aan zijn proefstuk toe. Wanneer het schooljaar op zijn laatste benen liep, riep hij de vakcollega’s samen. Heerlijke etentjes plus annex waren het. Frans vertelde er breeduit en met de geut humor over zijn reizen bij een ossobuco met chianti. Italië bleek toch zijn lievelingsbestemming te zijn.

Vandaag nemen we afscheid van Frans Nombluez maar hij laat een enorme erfenis na. Wanneer Igor Willems schrijft: ‘met ontzag en respect schuifelden onze groep 15-jarigen gedwee naar 'het lokaal van 'De Nombluez', dan denken er honderden leerlingen net zo over. Waar haalt Frans na al die jaren dit respect vandaan? Naar mijn aanvoelen van de twee waarden die hij uitstraalde als leraar en als collega: professionaliteit en waardigheid. Laten we ze koesteren, zeker nu het Heilige Pius X-Instituut op de drempel van haar tweede eeuw staat.

         Benny Verheyden

 

Sus, Frans, Meneer Nombluez,

Ik was bang toen ik je leerde kennen.

Je reputatie van strenge leraar was je voorafgegaan voor we ook nog maar een voet in je klas hadden gezet. Als vanzelf zaten we stijf rechtop, armen mooi gekruist, monden dicht en ogen op jou gericht. Je verschijning was dan ook imposant. Niet dat je zo ontzettend groot was, of breedgeschouderd… of zelfs ook maar kwaadaardig keek. Niets van dat alles: je kwam binnen in een blauw onberispelijk pak, met das, ’s ochtends waarschijnlijk perfect geschoren… maar rond tien uur was er al een schaduw van snor en baard…

en je rook naar zoete snoepjes, waarschijnlijk om de tabaksgeur te verdoezelen. En je keek ons zwijgend aan. Niets ontging je… al was het maar aanstalten maken om achterom te kijken… dat werd onverbiddelijk met strenge kordate stem gefnuikt. En niemand voelde zich slecht daarbij… beetje bang … dat wel. Maar als je begon les te geven, dan opende de geschiedenis zich als een spannende film, gekruid met grapjes en woordspelingen waarvan wij als leerling zeiden dat je ze in de marge van je lesvoorbereiding had genoteerd. Maar dat was niet zo, want dat bestond niet toen… leraren gaven toen nog les… vanuit hun buik, hun ongebreidelde vakkennis, hun passie, hun pedagogische en didactische ongeëvenaarde vaardigheden, …ze hielden zich niet bezig met zich te verschuilen achter papieren beslommeringen, zij hoefden dat niet te doen… Zij konden het. De vettige echtgenoten van de Franse koningen… die kwamen vanzelf wel langs.

En dan waren er je overhoringen… elke les… kort en krachtig: één iemand mocht rechtstaan, kreeg de vraag en antwoordde naar godsvrucht en vermogen. Dat diende tevens als een soort synopsis van de vorige les, om daarna verder te gaan.

Kon je het, dan was dat niet meer dan normaal… kon je het niet: dan was dat 5 keer de les overschrijven. Dus wij studeerden jouw leerstof… willens nillens. Net zoals we onze taak als deurmens, sponsmens, lichtmens … per direct uitvoerden na het bevel van de meester. En het mooie ervan… wij voelden dat niet aan als doorgedreven tucht of onnozel machtsmisbruik… het WAS gewoon zo. Toch: ik kreeg wel mijn eerste strafstudie van jou. En dat was niet rechtvaardig, want ik had niks verkeerds gedaan.

Daarna, jaren later: als collega duurde het een hele tijd voor ik Frans durfde te zeggen tegen meneer Nombluez, laat staan Sus. Maar je innemende persoonlijkheid in het lerarenlokaal, aan de toog, tijdens vergaderingen en deliberaties, maakten dat na een tijd wel perfect mogelijk. Je had een boon voor die nieuwe leraren waarvan je zag dat ze jouw passie voor het lesgeven deelden. En ik hoorde later dat je zelfs wat opstandige klassen extra aanpakte als één van ons bij hen het wat moeilijk gemaakt werd.

Ik heb je ook nooit zien veranderen. Je bleef dezelfde : blauw, ok af en toe een grijs pak, haren strak achteruit gekamd, blinkend van de brillantine, zware zwarte wenkbrauwen, de eeuwige schaduw van een doorkomende baard dus,

en bovenal die koolzwarte priemende maar toch zo vriendelijke ogen. Een mens zou er voor minder bang van zijn … in het begin. En ik wil het nu toegeven. Die strafstudie moet ik wel verdiend hebben. Want in al die jaren heb ik nooit een glimp van onrechtvaardigheid bij jou gezien.

Dus Meneer Nombluez, Frans… Sus…

Wat ben ik blij dat ik je mocht kennen.

Marc Fransen, 9 november 2015