Servotte Herman

° Gent op 19/05/1929

† Leuven op 24/01/2004

Leraar Engels - MNS


Herman SERVOTTE

Veldwerker van de literatuur (1)

(1929 – 2004)

Op 24 januari 2004 is professor Herman Servotte aan een hartaanval overleden. Servotte was een prominent literatuurkenner, gespecialiseerd in de moderne Engelstalige roman.

Hij had in zijn jonge jaren wijsbegeerte en Germaanse filologie gestudeerd. Hij werd priester in 1953. In 1962 werd hij hoogleraar aan de KUL. Hij was er een uitmuntende en gevierde prof.

 ‘Servotte was een buitengewoon knappe docent … Hij wist zijn waar aan de man te brengen.

Voordat hij professor aan de universiteit werd, had hij les gegeven aan de normaalschool Pius X in Antwerpen. Daar leerde hij moeilijke stof op een heldere en bevattelijke manier uit te leggen.(1)

Van 1971 tot 1981 was Servotte ook vice-rector van de KUL.

Hij was in vele opzichten een begaafde en merkwaardige man, ook als didacticus. ‘Servotte onderstreepte vaak dat hij van het lezen van literatuur niet enkel een wetenschap wilde maken, dat het zijn hoofdbekommernis was om mensen op te leiden die anderen, in eerste instantie leerlingen van de middelbare school, zouden leren lezen en hen zo zouden doen binnentreden in de wereld van de andere om hen te vrijwaren van het fanatisme van het eigen gelijk.’ (2)

Een vriendelijke en begaafde ex-collega die niet onopgemerkt voorbij kwam in het H. Pius X-instituut.

Etienne Becuwe

(1) De Standaard, 26 januari 2004.
(2) O de Graef, R. Michiels, H. Schwall, L. Vos, Opinie & Aanalyse, De Standaard, 28 januari 2004.


Voor nog een mooi 'in memoriam' verwijzen we graag naar:

http://alum.kuleuven.be/germaanse/mededelingenblad/servotte.htm

(Met dank aan Mia Verbanck voor de info)


Een "in memoriam" voor Herman Servotte.

Ik werd ertoe aangespoord door de referentie naar hem in de mail van Kris Reyniers en door de recente gedachtenisviering.
Een beetje lang, maar zou gaat het nu eenmaal met belangrijke mensen.

Van harte,

Erik Hertog

Herman Servotte

Herman Servotte heb ik leren kennen als student in de Germaanse te Leuven in 1964. Ik had uiteraard toen geen idee van zijn ‘voorgeschiedenis’ in Pius X.

Het is een (eerste!) vreemde speling van het lot dat wij in het middelbaar in het college in Dendermonde de reeks ‘Your Way to English’ gebruikten (nou ja, Engels op laatste uur van de zaterdagmorgen, met als alternatief biechtgelegenheid) waarvan het 1ste deel (1962, 2e uitgave 1965) door Herman Servotte werd geschreven. Het is eigenlijk best een interessant leerboek, met ‘sentence patterns’, ‘direct method exercises’ en ‘tape recordings’, zoals het allemaal zo mooi in de inleiding wordt uiteengezet. Hij had dus echt wel de smaak van de didactiek Engels te pakken, blijkbaar. Ik heb het nog steeds, vol met krabbels en aantekeningen, ik moet er dus wel iets uit geleerd hebben. Dit boekje dat uit zijn onderwijs in het regentaat van Pius X stamde was bedoeld voor de ‘Syntaxis’ in de oude humaniora; deel  2 werd door Rene Dirven, deel 3 door Xavier Dekeyser geschreven. Waar vindt men nog zo’n illuster trio vandaag? Nog merkwaardiger is dat het eerste boek van Servotte over Engelse literatuur ‘Trends and Types in English Literature’ in 1961 in Pius X geschreven werd  voor ‘students of training colleges for teachers’ . Het was, opnieuw merkwaardig genoeg, een voorbode van wat Servotte al die jaren later met literatuur zou blijven doen, de tekst in plaats van de auteur, kritisch leren lezen in plaats van encyclopedisch memoriseren. Het bevat korte inleidingen op periodes en belangrijke werken, maar is ook vooral een anthologie van interessante fragmenten om zelf op te ‘oefenen’, om zelf te leren lezen. Toen ik zelf in de jaren tachtig in het regentaat in Pius X ditzelfde vak van Servotte gaf, vond ik het nog steeds een leuk en interessant overzicht.

Zoals zovele getalenteerde regentaatdocenten werd ook Servotte ‘opgemerkt’ en werd hem de kans geboden een doctoraat te schrijven op het gebied van de Engelse literatuur. Hij kreeg de kans om in de Verenigde Staten te gaan studeren, aan de Yale University (waar ik, opnieuw dat toeval, in jaren zeventig ook zou belanden). Yale was toen, jaren zestig tot tachtig, een voorloper op het gebied van de ‘new criticism’ (aandacht voor en analyse van de tekst zelf al taalkunstwerk, vooral toegespitst op poëzie, wars van alle impressionisme)  en van de  ‘theoretische literatuurstudie’ die toen vooral oog had voor structuren in literaire werken, waaronder het concept van de ‘point of view’ en de ‘verteller’ (niet de auteur!) in de roman. Hierover zou Servotte zijn doctoraat schrijven: ‘The Narrator in English Fiction’, waarin hij die concepten toepaste op een aantal klassieke, grote Engelse romans. Het proefschrift werd later in beknoptere  en toegankelijkere versie uitgegeven bij Heideland.

Terug naar de universiteitsbanken. In 1966, toen we ‘echt’ met de studie van Engelse literatuur begonnen (na wat encyclopedische traditionele overzichten en benaderingen in de kandidaturen) was Servotte (geboren in 1929) 37 jaar. Dit voelde en hoorde je: hij kende Engels, hij kon lesgeven, zijn aanpak was boeiend en  vernieuwend, hij las ‘moderne’ teksten, en hij nodigde de studenten uit om zelf te leren analyseren. Zijn examen was geen kennistest:  ik herinner me een examen in 1ste licentie waar we gewoon een onbekend gedicht voor ons kregen en 2 uur de tijd hadden om daar  liefst wat zinnigs over neer te pennen.  Hij besefte maar al te goed dat het merendeel van zijn studenten leraren ‘Germaanse talen’ zouden worden in het secundair onderwijs. Wat hij wou was hen de strategieën, de technieken aanreiken om zelf te kunnen lezen en interpreteren, om op die manier dynamisch in hun loopbaan te kunnen evolueren eerder dan van bij het begin vastgeroest te zitten in na een tijdje sowieso verouderde encyclopedische weetjes.

Door het onverwachts overlijden van mijn eerste promotor, professor Vanderheyden, ben ik dan bij Servotte terecht gekomen voor de begeleiding van mijn doctoraat, zij het in de laatste fase ervan.  Dit deed hij, voor al zijn doctorandi, op dezelfde manier. Niet, namelijk. Ik heb dit altijd een zeer interessante houding gevonden, misschien ook de enige echt valabele. Enerzijds sprak daar een groot respect uit voor de student op zijn of haar gebied van specialisatie. Hij was geen autoritaire professor die discipelen in hun denken wou kneden naar zijn beeld en gelijkenis. Hij wou in een doctoraat niet lezen wat hij al wist. Anderzijds, legde het terecht ook de volle verantwoordelijkheid van een doctoraat, waar hij als academicus  - in die tijd – hoge eisen aan stelde, volledig bij de student. Die moest het waarmaken, niet de  promotor. Toen zijn emeritaat werd gevierd (met drie! Festschriften) vertrouwde hij me toe dat het boek dat hem het meest plezierde de bundeling bijdragen over Engelse literatuur was, allemaal geschreven door doctorandi van hem in ‘Acknowledged Legislators’ (Pelckmans).

Servotte was een eminent literatuurwetenschapper, een echte homo academicus, een unieke hoogleraar. Hij stimuleerde vernieuwing, inhoudelijk door zijn assistenten, doctorandi en studenten te begeleiden in de nieuwe theoretische benaderingen die mekaar snel opvolgden in de jaren 70-90, en geografisch door de Engelse literatuur open te breken naar nieuwe horizonten (hij moedigde doctorandi aan om te promoveren over o.a. Australische, Caraïbische, Nigeriaanse, Zuid-Afrikaanse literatuur in het Engels, met als mooiste voorbeeld zijn grote bewondering –lang voor ze modieus en bekend werd en de Nobelprijs kreeg  – voor Nadine Gordimer aan wie de K.U.Leuven op zijn voorspraak een eredoctoraat toekende. Ze was ook terecht de gastspreker op de eerste lezing van de Herman Servotte Memorial Lecture, een tweejaarlijks forum, en onderdeel van het Fonds dat ondermeer aanmoedigingsbeurzen geeft voor jonge onderzoekers en aan buitenlandse collega’s die in moeilijke omstandigheden, denk bijvoorbeeld aan Congo, moeten werken.

Maar laten we echter  niet vergeten dat zijn invloed veel verder reikte dan de Leuvense universiteitshallen. Vrijwel elke week, gedurende decennia, schreef hij recensies over Engelse literatuur in De Standaard der Letteren. Hij heeft generaties in Vlaanderen Engelse literatuur (in de brede ‘Commonwealth’ context) leren ontdekken, appreciëren en evalueren. Hij was een echte intellectuele smaakmaker  en boeken voor een groter publiek zoals ‘Literatuur als Levenskunst’  (De Nederlandsche boekhandel) en ‘De Simulators’ ( De Nederlandsche boekhandel) zijn daar prachtige voorbeelden van. Over dat laatste boek nog een anekdote: soms waren we samen in Cambridge in de zomervakantie om wat ‘bij te bronnen’ – hij steevast in St Edmund’s College – en ik herinner me nog zijn werktafel waar hij toen aan ‘De Simulators’ zat te schrijven. Volkomen blank en leeg. Hij schreef dit boek puur ‘ex abundantia cordis’, feitjes die de redenering maar nodeloos zouden verzwaren werden er uitgegooid, de enkele die erin moesten zou hij later wel checken. Indrukwekkend.

Naast dit alles was hij ook docent van het vak ‘Godsdienstwetenschappen’ in  de 1ste licentie, een verplicht vak toen voor iedereen in de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, maar wat een ervaring. Kritisch leren luisteren naar en in dialoog gaan met het denken over religie.  En het examen? Wel, je moest maar eens een goed boek lezen over dit onderwerp en dit komen uiteenzetten.  Hij was begeleider van gezins- en bezinningsgroepen, van retraites, zeer actief in de Universitaire parochie, auteur van talrijke publicaties over geloof, de bijbel, de evangelieën (de meeste van die boeken werden uitgegeven bij Averbode of Patmos), en een tijd vice-rector van de K.U.Leuven onder Pieter De Somer voor wie hij een grote bewondering had,  wederzijds trouwens. Het lijdt geen twijfel dat de pen van Servotte flink heeft meegeschreven aan de ophefmakende memorabele redevoering, de princiepsverklaring over de verhouding tussen wetenschappelijk onderzoek en religie, die De Somer in het voetbalstadium van Leuven hield bij het bezoek van paus Johannes-Paulus  II aan Leuven in 1985.

Jammer genoeg werd Servotte reeds vroeg in zijn leven  - op 53 jarige leeftijd –getroffen door de eerste symptomen van de ziekte van Parkinson. Hij heeft die ziekte en voortschrijdende handicap  gedurende ongeveer 20 jaar moedig getoond, gedragen,  ze verwoord in prachtige vertalingen van teksten over het lijden (Patmos) en ze zin trachten te geven vanuit zijn geloof en zijn hart in de lectuur en vertalingen van zijn geliefde auteurs, T.S. Eliot (The Four Quartets) en W.H. Auden (De Zee en de Spiegel). Hij overleed  op zaterdag 24 januari 2004.

Herman Servotte is niet erg lang in Pius X geweest. Maar hij heeft wel een grote indruk nagelaten en het feit dat de huidige professor Engelse Literatuur in Leuven, de opvolger van Servottte dus, Ortwin de Graef één van mijn oud-leerlingen in Pius X is en een oud-student van Servotte, maakt dit verhaal rond, en brengt het weer naar zijn beginpunt.

Erik Hertog