11 maart 2025
Halfweg de rondleiding in het Flagey-gebouw te Elsene, fluisterde organisator Gerrit me toe: ‘Benny, mag ik je wat vragen?’ Louter uit nieuwsgierigheid antwoordde ik bevestigend. Lap, nu kwam de aap uit de mouw. Natuurlijk had ik kunnen weten dat hij op zoek was naar een verslaggever van het in zijn termen ‘gebeuren’ op 11 maart.
Wat ik tot op dat moment had meegemaakt, stemde niet overeen met mijn verwachtingen: ik had uitgekeken naar de studio’s van waaruit de bekende radio- en BV-iconen van weleer hun stem de ether hadden ingestuurd. Waar had nonkel Bob gezeten? En Etienne Van Neste wiens Zigeunerkoor van Verdi het programma Opera en Belcanto en meteen ook de zondagnamiddag opende? Tijdens de rondleiding was er nergens een microfoon, laat staan een camera te bespeuren. Een flop dus? Geenszins omdat de ons toegewezen gids Olav, ondanks zijn Duitse roots, erin slaagde ons, Belgen, bewust te maken van de culturele betekenis van het Flageygebouw tot op heden.
Mit deutscher Gründlichkeit en stapsgewijs verklaarde hij hoe de architecten de uitdagingen waarvoor de opdrachtgevers hen hadden geplaatst, wisten op te lossen. En die waren niet min. Om te beginnen een imposant radiogebouw neerzetten op een moerassige bodem in Elsene, geschonken door de vrijgevige burgemeester Flagey. Van een vergiftigd geschenk gesproken! De studio’s moesten uiteraard volledig geluidswerend zijn. Eén ervan moest uitgevoerd worden als een concertzaal voorzien van driehonderd zitplaatsen, de ruimste ter wereld toen. Daarbovenop kwamen de hoge akoestische eisen, vooral voor de concertstudio’s. Uiteraard mocht het allemaal niet te veel kosten, of wat had je gedacht?
De Belgische architect Joseph Diongre nam de handschoen op nadat zijn ontwerp door de wedstrijdjury als het beste tussen alle inzendingen uit de bus kwam. Het resultaat is een sober functioneel gebouw, modernistisch langs de buitenzijde en in art-deco binnenin. Opdracht geslaagd, zoals we zelf konden vaststellen: onze gids legde altijd het verband tussen het bezochte onderdeel en het gebouw in zijn totaliteit. Hij situeerde het ook urbanistisch binnen het gelijknamige plein.
Een korte wandeling langsheen de Vijvers van Elsene, getuigen van de vroegere plassen in dit gebied, leidde naar de Abdij van Terkameren. Een babbeltje onderweg, gevolgd door een zekere ingetogenheid in de groep wandelend tussen de hoge stenen kerkmuren uit de 13e eeuw. Ook vandaag nog creëren de kale wanden van deze gotische zaalkerk een sfeer van soberheid die de cisterciënzers en in dit geval cisterciënzerinnen, dienen na te streven in navolging van hun stichter Bernardus. Bij onze terugkeer langs de mooie lanen konden we alweer onze ogen niet afwenden van zovele mooie, statige woningen.
Na een hapje in een van de restaurantjes rond het Flageyplein was het verzamelen geblazen in de concertzaal. De proef op de som: zou de akoestiek zijn zoals Joseph Diongre had nagestreefd? We zouden het weten van zodra de strijkstokken van het Goya Quartet over de snaren gleden.
Eerst kregen we het Strijkkwartet in F van Beethoven te horen. Beethoven verplicht de uitvoerders van zijn werken om boven hun niveau uit te stijgen, en dat was voor het Goya Quartet zeker het geval. Na een korte pauze verschenen de vier dames van Goya opnieuw voor de uitvoering van het Strijkkwartet in C van Benjamin Britten. Nu werd ik eerder getroffen door de muzikale prestaties van de uitvoerders dan door het werk op zich.
Ik genoot van de ragfijne muzikaliteit in de violen en de cello en het feilloze samenspel waarmee ze de wisselende intensiteit in het werk verklankten.
En de akoestiek? Niet op gelet, maar die moet uitstekend geweest zijn, hoe had ik anders zo kunnen genieten van het Goya Quartet?
Hoed af voor de organisatoren van deze dag. Lieten ze zich inspireren door onze Duitse gids of Diongre? Elke onderdeel van het programma verwees naar het opzet in zijn totaliteit: een culturele happening met niveau.
Benny Verheyden