004 Pius X in de 2de wereldoorlog

Geschreven door Herman Franken

Het Verhaal van mijn derde Bril

Het wordt een confrontatie tussen het verleden, slecht zicht en verslijtend geheugen, waarbij een derde en speciale bril meer dan nodig is. Mijn eerste bril dient om ver te zien, mijn tweede bril om  dichtbij te zien (leesbril). De derde bril moet me helpen bij het piano spelen. Hij moet me goed laten lezen op 20 cm van de partituur ( de noten op het blad) en tevens en tegelijkertijd op 20 cm van het toetsenbord. Zijn deze twee voorwaarden niet vervuld, dan wordt men draaierig (zelfs dronken) tijdens het spelen en is de vertoning meteen afgelopen. Ik moest dus naar de oogarts voor deskundige hulp. Als goede Merksemse burger ga je  naar een dorpsgenoot en zo kom ik terecht bij oogarts  Dr.Haverals, wonend en praktiserend op de statige en mooie Bredabaan met nog een echt oorlogsstoomtreintje, dat onze dorpsgenoten moest toelaten te gaan smokkelen  naar het hoge noorden (Wuustwezel e.a.).

Hier begint mijn story, een beetje merkwaardig maar naar inhoud volkomen waar en echt. Als ik mijn brillenverhaal heb gedaan zegt de dokter mij dat hij ook piano speelt; we babbelen rustig over muziek om zo terecht te komen aan zijn vraag “ wat doe je eigenlijk voor de kost?” Ik, verlegen en bescheiden, verklaar dat ik poog les te geven aan de toenmalige “Katholieke Normaalschool van Antwerpen” , van naam veranderd en nu genaamd "H. Pius X Instituut"

Recent werd dan de lerarenopleiding overgeheveld naar de Karel de Grote Hogeschool. Deze ons wel bekende jongeman hield zich onder meer bezig met het uitroeien van de Alemannen, machtige verzameling volkeren tussen Rijn en Donau.   

De man schiet in een daverende schaterlach, ik verschiet me een ongeluk en hoor hem dan plechtig verklaren dat hij daar gedurende de oorlogsjaren les gevolgd heeft. Ik vroeg uitleg en kreeg het volgende verhaal te horen:
Studenten van universiteiten en hogescholen werden door de Duitse gestapo met grote ijver gezocht, zo mogelijk naar Duitsland verscheept en de rest moest je maar raden.
Eén van de bekende grappen van deze heren was de leerlingenlijsten te vorderen van de directie. Nu was in onze school de directie hierop wel voorzien. Ze leverde totaal onbruikbare en/of vervalste lijsten. De Germaanse pseudo-übermensen snapten ook wel wat er gebeurde en kregen het klaar om de toenmalige directeur Z.E.H.Kan.De Vooght op te pakken, zwaar te verhoren en te martelen. Men heeft, zo wordt gezegd, onze directeur meermaals de tenen kapot gestampt. Lijsten zijn er echter nooit doorgegeven; onze directeur was een held. Of hij ooit gevierd of vereremerkt is, heb ik nooit vernomen.
Geen betrouwbare lijsten, een directeur die zijn tong had ingeslikt!!! Allemaal goed en wel maar waar zijn de studenten gebleven? ONWAARSCHIJNLIJK maar toch waar. Voor de Duitsers goed en wel de school waren binnengedrongen was er een afgesproken waarschuwingssignaal en de studenten vluchten dan de uitgestrekte kelders in tot aan een  wel bekende enorme berg steenkool. Achter de berg was er in de muur een opening gekapt en daarachter kon je een tak van het uitgestrekte ruienweefwerk zien en horen. Als het nodig mocht blijken kon men zelfs de rui verder invluchten, genieten van de lucht en de rust van de ratten verstoren.
De Duitsers zijn nooit achter dit geheim  gekomen.

Einde van dit verhaal, alhoewel er toch nog enkele bedenkingen moeten gemaakt worden. Leeft de dokter nog? Als iemand mij inlichtingen kan bezorgen, bij voorbaat mijn dank. Naar men zegt zou ook een zoon van de dokter oogarts zijn. Ook deze man heeft naar alle waarschijnlijkheid dit familiaal, tevens oorlogsverhaal horen vertellen tijdens een jolig familiefeest.

Er moet mij nog iets van het hart. In de beroemde coulissen van onze kleine vereniging heb ik vreemde geruchten gehoord: ten gevolge van wat hier vooraf ging, zou men een uitstap plannen naar een wereldberoemde Antwerpse, propere en rattenvrije vaartocht over de Antwerpse ruien.

Zo ja, dan iedereen op post.                                                          H.F.